Backlash: waarom ik geen feminist meer wil zijn (maar het wel ben)

Ik ben moe jongens. Ik wil geen mening meer horen, geen discussie meer voeren, geen stempel meer krijgen. Ik heb allerlei onrecht aangekaart door de jaren heen, maar geen van die gevechten kwam zo dichtbij als deze feministische strijd. Elk woord raakt me in mijn hart, ik stapel de backlash op alle kutervaringen die ik al had en ik word er niet sterker van, maar zwakker. Ik heb een pauze nodig, ik ben moegevochten.

Kijk, ik snap dat niet iedereen bekend is met de materie, de theorie, het discours van feminisme en gender. Ik snap dat niet iedereen zich in mijn ervaringen herkent. Ik snap dat niet iedereen mijn persoonlijke problemen als uiting van een breder maatschappelijk probleem ziet. Snap ik.

Maar ik snap niet dat mensen zich desondanks zo druk maken om de dingen die ik zeg. De reactie op seksisme-verhalen is altijd aanval (‘je moet je ook niet zo slachtofferig opstellen!’) of verdediging (‘ik bedoelde het niet zo!’).

///

Het ergst vind ik de reactie op dingen zie ik zeg zonder enig maatschappelijk verband, zonder enig idealisme. De dingen die mij overkomen, waar ik verdriet om heb, waar ik met mijn vrienden over wil praten.

Ik zeg bijvoorbeeld: ‘De reparatieman in mijn huis is mij seksueel aan het intimideren en maakt me bang.’ Of: ‘Mijn rij-instructeur legt steeds zijn hand op mijn been en ik weet niet wat ik daarmee moet.’

Mensen zeggen dan: je moet daar boven staan.
Ze zeggen: dat is gewoon een compliment.
Ze zeggen: met een kort rokje vraag je er ook om.
Ze zeggen: daar moet je gewoon wat van zeggen.
Ze zeggen: wat een typisch vrouwelijk drama weer.
Ze zeggen: hij is al jaren verliefd op je maar je gaat daar volkomen verkeerd mee om.

Ze zeggen niet: wat kut voor je.
Ze zeggen niet: dat kan hij echt niet maken!
Ze zeggen niet: wat kan ik voor je doen?

Waarom zit er tussen een nare ervaring en empathie altijd een enorm ego dat wil roepen ‘ja maar!’, ‘je moet gewoon dit en dat!’ en ‘ik ik ik!’?

In een discussie over straatintimidatie (‘Een vrouw moet daar boven staan, want als je je als een slachtoffer opstelt lok je het alleen maar uit’) zei ik eens: wil je stoppen met praten, want je zegt vreselijke dingen en je weet niet waar je het over hebt.
Hij: ik weet wél waar ik heb het over heb!!
Maar dat was gewoon niet zo.

Steeds die gepassioneerde maar compleet ongeïnformeerde mening die gespuid móét worden. Waarom?!

///

Die directe reflex van aanval of verdediging op ervaringen met seksisme doet een onderliggend gevoel van bedreiging vermoeden. Dat merk je ook aan de generaliseringen in tegenovergestelde richting. Ik hoor: al mijn vriendinnen hebben een baan en ik niet. Vrouwen worden gewoon makkelijker aangenomen. Al mijn vriendinnen krijgen kunstbeurzen en winnen prijzen. Vrouwen worden voorgetrokken, gewoon omdat ze lief kunnen lachen.

Ik denk: wat beledigend om te zeggen over je vriendinnen.
Ik denk ook: wie stelt zich nou slachtofferig op?

Ik pareer dat soort onderbuikgevoelens met feiten (die vrouwen zijn beter opgeleid dan jij, John wordt eerder aangenomen dan Joan met hetzelfde CV, denk aan het old boys network, de loonkloof), maar die blijken moeilijk aanneembaar. Liever gooit men het op de zogezegd algemeen bekende ‘biologische verschillen’ tussen mannen en vrouwen, maar dat er ook verschillen in de socialisatie van mannen en vrouwen bestaan, dat blijkt dan weer onvoorstelbaar.

Vrouwen en mannen hebben nu immers dezelfde rechten, zijn nu gelijken. Ja, pas op, equal but different natuurlijk.

De stand van zaken is toch: nog niet zo equal, en ook niet zo different.

///

En ik weet het, je ziet het niet. Ik snap dat. Ik weet uit ervaring dat je het pas ziet als je het ziet. De ongelijkheid die nog bestaat zit diep ingebed in onze cultuur, onzichtbaar als de zee waarin we zwemmen, zouden we visjes zijn.

En hoewel ik begrip kan opbrengen voor het onbegrip van zelfs mijn eigen lieve en slimme vrienden, vind ik het tegelijkertijd onacceptabel. Ze zien het niet, maar ze willen het ook niet zien. Mensen hebben geen idee, werkelijk geen enkel idee van hun eigen privilege.

Maar het privilege dat men niet herkent, wordt onbewust wel beschermd en verdedigd. Er wordt aangevoeld: Loes heeft hier iets te winnen. Een beetje ruimte, een debat, haar gelijk. Dat voelt alsof zij daarbij iets te verliezen hebben. Dat is de bedreiging die mensen voelen, die hun boze reacties voedt en hun empathie onder de mat schoffelt: de bedreiging van de eigen positie, van het vanzelfsprekende gelijk, van het ego en de status quo; het onbewuste privilege.

///

Plot twist! Deze onwil om te luisteren, om te begrijpen, om serieus te nemen, juist al deze fucking backlash is exemplarisch voor het onrecht dat ik wil bevechten. Dus wat zit ik hier dit blog te typen over pauze nemen en de handdoek in de ring willen gooien?

Ok, vergeet het. We nemen geen pauze, pauze is geen optie. Shit is áán.

One thought on “Backlash: waarom ik geen feminist meer wil zijn (maar het wel ben)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *