België stapt aarzelend in Nederlandse antikraak

Tijdelijk wonen en werken in leegstaande panden is populair in Nederland en gebeurt sinds 2001 ook in België. Het is naast een bijzondere woonvorm ook een oplossing voor leegstand en woningtekort. België blijft echter stevig achter bij de noorderburen: daar wonen zo’n 60.000 mensen in leegstaand vastgoed, tegenover enkele duizenden Belgen. In Nederland zijn zo’n veertig leegstandsbeheerders actief, in België een achttal. Hoe valt dit te verklaren?

Na de Tweede Wereldoorlog kampten beide landen met woningnood. Aan beide zijden van de grens werden er verschillende oplossingen voor het probleem gevonden. In België werd de bevolking aangespoord om met subsidies zelf een nieuw huis te bouwen. Deze aanpak werd een groot succes en verklaart het hoge aantal Belgische huiseigenaren. De steden breidden zich uit, het platteland werd verkaveld. In Nederland werden na de oorlog voornamelijk goedkope huurwoningen gebouwd. De ruimtelijke ordening werd daarbij streng in de gaten gehouden, in tegenstelling tot in België. De Nederlandse woningnood is echter nooit helemaal opgelost: in de jaren ’80 werd het probleem weer op de agenda gezet door de krakersbeweging. Tegenwoordig wachten Nederlanders zo’n zes tot acht jaar op een sociale huurwoning. Sinds de jaren ’90 stimuleert de Nederlandse overheid het eigenwoningbezit, dat sindsdien inderdaad toeneemt. Maar Nederland blijft met 55% koopwoningen nog ver achter bij België, waar maar liefst 74% van de huizen eigendom is.

Antwerpen versus Den Haag
Om beide landen te vergelijken beperken we ons tot twee vergelijkbare steden: Antwerpen en Den Haag, met beide zo’n half miljoen inwoners en iets meer dan 240.000 woningen. Tussen de huizenmarkt van beide steden zijn grote verschillen. Neem de huurprijzen voor reguliere huurwoningen. In Den Haag huur je een huis voor gemiddeld 742 euro per maand. Voor de stad Antwerpen is dat zo’n 580 euro. Ook in het aanbod van sociale huurwoningen zijn grote verschillen: zo’n 10% van het woningenbestand in Antwerpen bestaat uit sociale woningen, tegenover zo’n 30% in Den Haag. Meer keus dus, maar de prijs voor zo’n woning is met gemiddeld 568 euro ongeveer twee keer zo hoog als in België. En ondanks een drie keer zo groot aanbod in Den Haag zijn de wachttijden van beide steden vergelijkbaar: gemiddeld rond de tweeënhalf jaar. Het tekort aan sociale huurwoningen in Nederland kreeg een negatieve impuls na privatisering van de woningbouwcorporaties in 1995: die ontvingen geen subsidie meer voor de bouw van betaalbare woningen, waardoor het voor deze bedrijven geen lucratieve bezigheid meer was. Huren kan dus in Nederland, maar je moet heel wat geduld hebben.

Op kot?
Studentenkamers zijn een huisvestingscategorie op zich. Ook in dit geval komt Antwerpen er beter vanaf dan Den Haag: de gemiddelde huurprijs in ‘t Stad is 280 euro per maand, tegenover 360 euro in de hofstad. Daarbij komt een gemiddelde wachttijd van 14 maanden in Den Haag, terwijl die er in Antwerpen praktisch niet is. Er wonen in Den Haag ook meer studenten op kot dan in Antwerpen (7.800 versus 7.000), terwijl Antwerpen veel meer studenten telt (33.500 tegenover 22.600). Dit zal te maken hebben met de algemene tendens van Nederlandse studenten om op kot te gaan: de helft van de hogeschoolstudenten en driekwart van de universiteitsstudenten woont op zichzelf. In België is dit respectievelijk 22% en 47%. Den Haag kampt evenwel met een tekort van 3.000 studentenkamers waardoor veel studenten die dat zouden willen, niet op kot kunnen.

Een eigen huis
Om een eigen huis te kopen, moeten Nederlanders ongeveer anderhalf keer zoveel geld op tafel leggen als Belgen. Doordat de Nederlandse huurprijzen van overheidswege kunstmatig laag gehouden zijn, zijn de koopwoningen kunstmatig duur geworden, ook omdat de vraag veel groter is dan het aanbod. Daarnaast zijn bij onze noorderburen de inkomens hoger en de rentes lager. Het prijsverschil heeft ook te maken met het Nederlandse systeem van hypotheekrenteaftrek. Dat is in België geplafonneerd, maar in Nederland tot voor kort niet: zo was er meer geld beschikbaar voor duurdere huizen. Belgen betalen dan ook gemiddeld 830 euro per maand aan hypotheeklasten, terwijl Nederlanders gemiddeld 1.074 euro per maand kwijt zijn. Een eigen huis is zo voor veel Nederlanders moeilijk te betalen.

Gat in de markt
De dure Nederlandse koop- en huurwoningen, het gebrek aan sociale huurwoningen en het grote tekort aan studentenkamers maken dat antikraak inmiddels een gangbare oplossing is voor vele Nederlanders. Het feit dat de leegstand in een stad als Den Haag ook groter is dan in Antwerpen draagt daar natuurlijk nog aan bij. Met zo’n 11.000 leegstaande woningen heeft de stad aardig wat gaten te vullen, terwijl ook 8,5% van de winkels en 13% van de kantoren leegstaat. In Antwerpen zijn dat een geschatte 950 leegstaande woningen, 8,2% van de winkels en 11% van de kantoren. Sinds in 2010 de Wet kraken en leegstand in Nederland werd ingevoerd, is het antikraakwonen nog in populariteit gestegen. Deze wet verbiedt het kraken en bedeelt gemeenten een actieve rol toe bij de bestrijding van leegstand. De diensten van leegstandsbeheerders komen dan als geroepen.

Pure noodzaak
In België is antikraak in het belang van eigenaren en de Stad: verkrotting wordt zo vermeden, dat is beter voor het pand én voor de buurt. En voor bewoners is het avontuurlijk en goedkoop wonen. Voor Nederland geldt hetzelfde, maar daar zijn eigenlijk de woningzoekenden de grootste belangengroep. Bij onze noorderburen gaan dan ook steeds vaker stemmen op om de antikraakwereld beter te reguleren: omdat er gewerkt wordt met bruikleenovereenkomsten of bezetting ter bede hebben bewoners geen huurrechten. Dat 60.000 Nederlanders desondanks in leegstaand vastgoed wonen, heeft behalve met de aantrekkingskracht van bijzondere locaties vooral met pure noodzaak te maken.

Lees deel vier: Avontuurlijk wonen niet zonder risico >>

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *