Bernard Gepken: aan ambitie geen gebrek

Bernard Gepken (Emmen, 1986) heeft niet stilgezeten. Door de jaren heen was hij lid van verschillende Drentse bands (waaronder The Arthur Spooners) met een allegaartje aan stijlen van singer-songwriter tot punk. Tegenwoordig speelt hij bij het folky Tangarine & Friends en tourt hij met Daniel Lohues door het land met diens Hout Moet-tour. Al die ervaringen scheppen hoge verwachtingen voor Gepkens eerste soloalbum als singer-songwriter: het recentelijk uitgekomen In Retrospect: Yes.

In Retrospect YesHelaas worden die verwachtingen niet helemaal waargemaakt, ondanks gitaartalent en ambitie. Gepkens grootste makke valt bij het eerste nummer ‘Way to see me go’ meteen op: zijn zangkwaliteiten. Zijn stem heeft onvoldoende kracht om het langzame nummer te overbruggen en wordt onvast bij de hoge noten. Verder is dit eerste nummer niet onaardig: het is muzikaal meeslepend en heeft wat tekstuele spitsvondigheden. Maar het eerste stuk van de bridge is te zacht afgemixt wat het geheel rommelig maakt. In het derde nummer ‘You sunk my battleship’ horen we hetzelfde probleem: het is af en toe schrikken als er opeens een harde pianonoot tussendoor klinkt. Ook de achtergrondzang valt grotendeels weg. Naast stem en mix zijn ook de songteksten hier en daar bedenkelijk. Zinnen als “I’ve read in these old books that you cannot hear what I think”, en “There’s another child in me / You’ve made it here somehow” lijken wat al te graag poëtisch te willen zijn, met nietszeggende teksten als gevolg.

​Gelukkig zijn er ook positieve kanten aan het album. In het tweede nummer ‘When she calls my name’ blijkt Gepkens stemgeluid al voller als hij lager zingt. Dit nummer heeft ook een mooi gitaarintro en een simpele maar originele melodie. De meeste nummer liggen qua melodie goed in het gehoor en de luisteraar laat zich makkelijk verleiden tot meeneuriën. Nummer vier, ‘The soul you never had’, is een van de betere nummers met mooie samenzang (de achtergrondzang op dit album is gedaan door Arnout en Sander Brinks van Tangarine), een soort oude, stoffige sfeer en een keur aan instrumenten waaronder contrabas en banjo. Nummer zes maakt ook veel goed. ‘An answer from Elise’ is een klein, oprecht liedje met alleen Gepken’s goede gitaarspel en zijn stem, waarvan we hem de onvastheden dit keer wel vergeven. Sympathiek. Ook het ambitieuzere werk pakt soms goed uit, zoals in ‘A fifth strong wind’: ritmisch star en melodisch eentonig maar dat heeft een prettig, bijna meditatief effect. In het refrein verrast een krachtige elektrische gitaar, interessant in combinatie met een lieflijk gitaargetokkel tijdens de coupletten. Ook de mondharmonica die er later bijkomt is een fijne verrassing. Nummer negen blijft bij mij het beste hangen. Dit ‘You’re on the goodlist Evelyn’ is het meest pop: het heeft een meeslepende melodie die in je hoofd blijft zitten en die opbouwt naar een climax. Maar ook bij dit nummer is de vraag, door Gepken zelf gesteld: “You’re on the goodlist, who knows what that might be?”.

Over het geheel genomen lijkt het erop dat Gepken voor zijn eerste soloplaat te hoog heeft ingezet. De beste nummers op de cd zijn de kleinere liedjes (2, 6), oftewel het echte singer-songwriterwerk: man met gitaar. Gitaar spelen kan hij wel, zijn stem kan het bescheidener werk aan en bovendien zijn de teksten van die liedjes concreet in plaats van quasi-poëtisch. Interessant is de grote verzameling aan instrumenten op het album, waarvan multi-instrumentalist Gepken zelf gitaar, mandoline, piano, percussie, keyboard, harmonica en mellotron (soort elektrisch orgel) speelt. Genoeg ambitie dus, maar helaas lijkt juist een teveel aan ambitie hem op te breken. Hopelijk is het jeugdige overmoed wat hem deed vergeten dat less soms more is.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *