Homo’s op de barricaden tegen het homohuwelijk

Tien jaar na de Belgische invoering van het homohuwelijk komt ook Frankrijk over de brug. Na vier maanden van parlementair debat en straatprotesten met honderdduizenden manifestanten tegen het homohuwelijk heeft de Franse president François Hollande zijn handtekening onder la loi sur le mariage pour tous gezet. Niet tot ieders genoegen, want behalve uit religieuze en conservatieve hoek klinken ook binnen de LGBT-gemeenschap zelf stemmen tegen het homohuwelijk.

De LGBT-gemeenschap is het er niet helemaal over eens: de wenselijkheid van het homohuwelijk. Zo waren er onder de Franse demonstranten katholieke homo’s die het als tegennatuurlijk beschouwen en die vinden dat een gezin met kinderen niet voor homoseksuelen is weggelegd. Andere argumenten klinken echter nog luider binnen de kleine, voornamelijk Amerikaanse beweging.

Een van de kritiekpunten wijst op de ironie van het huwelijk als middel van bevrijding en emancipatie. Nu homo’s zich hebben weten te emanciperen en homoseksualiteit meer dan ooit geaccepteerd is in de westerse maatschappij, moeten zij die emancipatie niet ongedaan maken door zich in het keurslijf van het huwelijk te persen. Het huwelijk is een te conservatief, op christelijke normen gebaseerd instituut: moeten kerk en staat bepalen welke vormen van samenleven goedgekeurd zijn en welke niet? Homo’s hoeven zich niet te conformeren aan de opgelegde gezinsnormen, zij hebben geen morele goedkeuring nodig. Bovendien sluit het homohuwelijk de mensen die niet aan die norm willen of kunnen voldoen nog steeds buiten.

Een betere oplossing zou volgens de beweging zijn om ook niet-huwelijkse samenlevingscontractvormen als volwaardig te beschouwen. Vooral in Amerika klinkt dat geluid, aangezien vooral daar rechten als pensioen, gezondheidszorg, ouderschap en erfrecht direct aan de huwelijkse staat verbonden zijn. Die rechten zouden niet alleen aan gehuwden voorbehouden moeten zijn. Waarom hebben ongetrouwde mensen minder economische, juridische en sociale rechten? Het homohuwelijk houdt dit systeem in stand, bevestigt dat ongetrouwden minder respect verdienen en maakt het niet-getrouwde homo’s voortaan dus nog moeilijker.

Een ander argument van homo’s tegen het homohuwelijk is dat zij zich verzetten tegen het idee van gelijkheid. Homo’s zijn altijd een alternatieve bevolkingsgroep geweest, zij moeten niet hetzelfde willen zijn als hetero’s. Ze zijn wel gelijkwaardig, maar niet gelijk, is het devies. De homoseksuele politicus wijlen Pim Fortuyn was die mening ook toegedaan. Hij noemt het homohuwelijk “niet alleen een verarming van het bestaan, maar ook een nodeloze inperking van de ruimte om te leven met verschillen”. Diversiteit is een groot goed, is het argument.

Een laatste punt tegen het homohuwelijk is dat er veel dringender kwesties zijn die door de ophef over het homohuwelijk onder het tapijt geveegd worden. Het homohuwelijk is geen goed vehikel om andere problemen waar de LGBT-gemeenschap mee kampt op te lossen: racisme, armoede, dakloosheid, heteroseksisme, geweld, illegaliteit, gezondheidszorg (aids) en algehele gelijkwaardigheid. Men is bezorgd dat de invoering van het homohuwelijk de strijd als gestreden bestempelt terwijl er nog veel werk te verzetten is.

Dat homoseksuelen de kans hebben gekregen om voor het huwelijk te kiezen, wordt door de meeste critici als positief gezien, maar dat weerhoudt hen er niet van om die verworvenheid in een bredere context te plaatsen: het homohuwelijk houdt een onrechtvaardig systeem in stand en leidt de aandacht af van de werkelijke problemen.

25 mei 2013

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *